Boudewijn de Groot denkt na over het naderende einde: 'Ik wacht af met angst

Hij schrijft ze ’s nachts in bed of overdag in het bos. Daar ritselt hooguit een blad, er kraakt een tak, een boom kreunt in de wind. Maar verder is het stil, niemand stoort hem, niemand vraagt: “Wil jij nog iets hebben van de Albert Heijn?”

Lees verder na de advertentie

Pas in rust ontstaan de liedjes van Boudewijn de Groot (74): soms poëtische, soms anekdotische teksten, gezongen verhalen. Dan komt er één zin in hem op, bijvoorbeeld: “Ik reed op de snelweg / voelde me alleen”. En dan gaat hij schrijven, vanuit een innerlijke drang. Waar het liedje naartoe gaat, hij heeft geen idee, totdat het een half uur later op papier staat. “Een tekst schrijft zichzelf.”

Het laatste resultaat van dit halfbewuste schrijfproces, deze écriture automatique, is ‘Even weg’, het zestiende studioalbum van de zanger die ruim vijftig jaar geleden debuteerde.

Zijn stem klinkt nog even jong en helder als in ‘Het land van Maas en Waal’ (1967), zijn bekendste hit. “Ik heb de afgelopen vijftien jaar zangles gehad”, verklaart De Groot in een restaurant in Haarlem. “Er wordt geoefend, gemasseerd en geborreld met een buisje in een glas water. Verder is het een kwestie van blijven zingen.”

Het beeld van de horizon komt terug. Zonder dat ik daarop uit ben

Boudewijn de Groot

De Groot is geen prater: hij formuleert bedachtzaam, is spaarzaam met woorden. Hij zingt liever, noemt zichzelf op deze nieuwe cd ‘een nachtegaal met woorden’. In zijn liedjes kan hij het best uitdrukken wie hij is, wat hem beroert.

Soms verrast dat ook hemzelf. Zo ontdekte hij pas achteraf een belangrijk motief in ‘Even weg’: “Het beeld van de horizon komt terug. Zonder dat ik daarop uit ben. Kennelijk kijk ik vooruit naar het einde dat steeds dichterbij komt.”

“Bezighouden is het verkeerde woord. Het speelt blijkbaar een rol ergens van binnen.”

“Nee, het fascineert me dat een horizon nooit dichterbij komt. Je bent er je hele leven naar op weg, maar de horizon blijft steeds even ver weg. Totdat je bij je laatste horizon komt, dan is het afgelopen. En daarachter is niets meer. Dat is een fascinerend beeld, alsof de aarde plat is.”

“Eh… nou, ik hoop van wel. Ik ben agnosticus dus ik geloof in principe niet. Ik geloof niet dat er wel iets is, maar ook niet dat er niets is. Ik weet het niet, ik wacht het af met een mengeling van angst, onzekerheid en kinderlijke spanning. Vergelijkbaar met sinterklaasavond: het is eng, maar ook wel leuk, hij komt ook met cadeautjes. Een soort vreemde spagaat.”

“Waarom niet? Het is onherroepelijk, je gaat dood. Maar wat is dat dan, dood? Ik ga daar verder niet moeilijk over zitten filosoferen, maar ik ben wel benieuwd wat het is. Omdat niemand het weet.”

Verloren liefdes, eenzaamheid, een zieke boom die wordt geveld: verschillende liedjes op ‘Even weg’ zijn herfstig en melancholiek. Toch is het album lichter van toon dan zijn vorige soloplaat, het zeer persoonlijke ‘Achter glas’ uit 2015, waarop De Groot terugkijkt op zijn jeugd en zijn ouders.

Ik kijk niet terug, er wordt teruggekeken. Ja, inderdaad, dat gaat buiten mij om

Boudewijn de Groot

Ook dat was een onbewust proces, vertelt hij. “Ik kijk niet terug, er wordt teruggekeken. Ja, inderdaad, dat gaat buiten mij om. Dingen uit een ver verleden zitten hier….” – hij gebaart met zijn handen langs zijn hals, keel en hoofd – “… ze zijn emotioneel belangrijk geweest en ineens kun je erbij, dan worden het teksten. Pas als ik merk waar die over gaan, voel ik me erbij betrokken.”

De Groot werd in mei 1944 geboren in een jappenkamp in Batavia. Een jaar later stierf zijn moeder. In het aangrijpende lied ‘Ik ben een zoon’ beschrijft hij haar einde: “Daar was mijn moeder in het kwetsbaarst van haar leven / Daar kreeg ze mij temidden van het uitgeteerde vuil / En terwijl de amper levenden nog dankbaar achterbleven / Kieperde de jap haar dode lichaam in een kuil.”

Op tweejarige leeftijd werd de kleine Boudewijn naar Nederland gestuurd, waar hij werd gescheiden van zijn broer en zus en terechtkwam bij een oom en tante. Bij hen woonde hij tot zijn vader in 1952 hertrouwde en zijn kinderen weer bij zich nam in Heemstede. Vader De Groot bleef altijd op afstand, onkenbaar voor zijn zoon; ook op latere leeftijd lukt het de zanger niet om hem voor zijn geestesoog op te roepen.

“Het beeld verspringt / de stem vervormt”, zingt hij in ‘Anamorfose’. “Wat blijft, is altijd weer het kader / Sta niet verborgen / in de schaduw van de tijd / kom nader / aarzel niet, kom nader / je was mijn vader”.

“Nee, geen enkel lied is moeilijk om te schrijven. Als het schrijven te veel emotioneert, dan blokkeert het, dan komt er geen lied. Je moet wachten tot de emoties voorbij zijn, anders wordt het een melodramatische Bouquetreeks. Je moet van gevoel naar anekdote. En die anekdote moet dan weer emoties oproepen.”

Ik heb het vaker geprobeerd: de talking blues in het Nederlands. Maar tot nog toe is het niet gelukt

Boudewijn de Groot

Zo heeft De Groot op zijn laatste twee albums achterom en vooruit gekeken. Aan stoppen met zingen denkt hij absoluut niet. Wat wil hij nog op muzikaal terrein? “De talking blues van Johnny Cash en Bob Dylan heeft mij altijd gefascineerd. Die is zo lekker, je kunt er een klank en een kleur in aanbrengen die je met een melodie niet kunt uitdrukken. Ik heb het vaker geprobeerd: de talking blues in het Nederlands. Ook weer op dit nieuwe album, maar tot nog toe is het niet gelukt, ik ga toch steeds weer mee in een soort melodie. Ik weet niet of het aan het Nederlands ligt of aan mij.”

“Ja. Ik ben de afgelopen jaren bezig geweest om iets vrijer te zijn als zanger, omdat ik op een overdreven plichtsgetrouwe manier vast zat aan melodieën. Als ik een lied eenmaal op een plaat had gezet, bleef ik het de rest van de tijd zo zingen. Pas heel laat dacht ik: ik moet vrijer durven zingen.”

“Nee, dat betrof een aantal liedjes dat ik zo vaak had gezongen. Daar wilde ik mee ophouden, daar was ik even klaar mee. Wat me wel heeft geholpen, is zingen in de musical ‘Tsjechov’: dat was echt anders, ook zonder vaste microfoon.

Wat ik nog graag zou willen, is: met een heel andere stem zingen. Zodat je mijn stem niet meer herkent

Boudewijn de Groot

“Wat ik nog graag zou willen, is: met een heel andere stem zingen. Zodat je mijn stem niet meer herkent, waardoor er ook ruimte komt voor een ander soort begeleiding. Niet meer die folkachtige chansonstijl maar iets vreemds, iets wat totaal afwijkt van wat ik gewend ben. Dat ga ik binnenkort ook uitproberen met singer-songwriter Christon Kloosterboer. We gaan kijken of mijn stem kan worden vervormd.”

“Omdat ik het leuk vind om te kijken wat dat oplevert. Ik hoef niet altijd de vertegenwoordiger van Boudewijn de Groot te zijn. Ik wil gewoon iets nieuws.”

Hoewel Magere Hein geregeld om de hoek kijkt, is ‘Even weg’ ook een vrolijk album. Zo gaat ‘De stoet’ over een begrafenis die ontaardt in slapstickachtige valpartijen met rollators en een liederlijke zuippartij.

Geestig is ook ‘Dialogen’,
over mensen die langs elkaar heen praten:
“Ik zei: wat moet ik nou met jou
Hij zei: je klinkt nogal gegriefd
Ik zei: want jij neemt wel mijn vrouw
Hij zei: ja, want ik ben verliefd
Ik zei: wat dacht je dan van mij
Hij zei: ik heb geen flauw idee
Ik zei: ik laat haar altijd vrij
Hij zei: daarom neem ik haar dus mee”

Boudewijn de Groot maakte het album samen met de band The Dutch Eagles in Studio Exalto in Haarlem. Twee nummers werden nog eens opgenomen bij Artone, ook in Haarlem. Daar nemen de technici direct op vinyl op en gebruiken ze vintage apparatuur, om een zo puur mogelijke sound te creëren van vóór de digitale elektronica.

In de jaren zestig gold Boudewijn de Groot als de Bob Dylan van de Lage Landen, een popidool met donkere manen en hordes fans. Zijn hit ‘Welterusten, Mijnheer de President’ (1966) bezorgde hem de naam van protestzanger. Al paste dat predicaat niet erg bij hem, volgens zijn jongste zoon Jim. “Als Boudewijn een protestzanger is, dan verandert er niets in de wereld.”

De Groot scoorde vaak met liedjes die waren geschreven door Lennaert Nijgh (1945-2002), met als bekendste ‘Het land van Maas en Waal’ (1967). Nijgh en De Groot golden als een gouden duo, dat ook nog via Anja Bak met elkaar verbonden raakte. Bak had eerst een relatie met Nijgh en later met De Groot, met wie ze nog altijd samen is.

Eind jaren zestig besloot De Groot dat hij verder ging in het Engels, maar dat hield hij niet lang vol. Zijn carrière kende ups and downs, hij ging op avontuur in de Verenigde Staten en Duitsland en stond van 1991 tot 1993 in de theaters met de musical ‘Tsjechov’. Zijn liefdeslied ‘Avond’ (1997) wordt gezien als zijn grootste hit.

Achter de schermen van de popmuziek speelde De Groot een belangrijke rol als producer van onder anderen Rob de Nijs, Hans de Booij, Bram Vermeulen, Stef Bos en Henny Vrienten. Met die laatste én George Kooymans vormt hij het trio Vreemde Kostgangers; ze maakten twee albums en gaan waarschijnlijk in 2020 weer samen toeren.

In de documentaire  ‘Kom nader’ (2015) schetst Suzanne Raes aan de hand van interviews een beeld van een introverte, solitaire man die ook voor zijn kinderen Marcel, Caya en Jim onpeilbaar is. De Groot vond het zelf een heel mooie documentaire, zegt hij. “Suzanne vertaalt het beeld dat ik zelf heb van mijn eigen vader weer naar mij toe. Dat vind ik mooi. Zo heb ik het zelf nooit gezien.”

Het nieuwe album van Boudewijn de Groot, ‘Even weg’, de groot verschijnt vrijdag 16 november.

Muzikanten als Boudewijn de Groot en Armand zongen over maatschappelijke misstanden en een leven op gevoel, zich afzettend tegen de hypocriete burgerlijke maatschappij. Wat zijn vijftig jaar later de overblijfselen van deze roerige periode?