Precies 100 jaar geleden vroeg de vluchtende Duitse keizer Wilhelm II asiel

Het Zuid-Limburgse Eijsden was vandaag precies honderd jaar geleden even wereldnieuws. De vluchtende Duitse keizer Wilhelm II zette hier voet op Nederlandse bodem en vroeg asiel aan. “We konden dat jubileum niet ongemerkt voorbij laten gaan”, zegt Bert Schutte (63), inwoner van dit kleine dorp aan de Maas met 4400 inwoners.

Lees verder na de advertentie

Schutte, als celbioloog verbonden aan de Universiteit van Maastricht, is voorzitter van de Stichting Eijsdens Verleden. Deze actieve lokale club van amateur-historici doet al tientallen jaren onderzoek naar de historie van hun dorp.

“We lopen eerst achter de Koninklijke Oude Harmonie van Eijsden aan naar het station, waar een trein uit Visé, de Belgische plaats hier net over de grens, zal arriveren. Een theatergroep stapt uit op het station en beeldt een geactualiseerde versie uit van de asielaanvraag in 1918 van de Duitse keizer. Er komen allerlei hoogwaardigheidsbekleders kijken, burgemeesters, maar ook de Nederlandse consul in België. Dan gaan we naar de Harmoniezaal, waar een opera wordt opgevoerd over de asielaanvraag van de keizer. En daarna is er een receptie.”

“Nee, het is historisch niet helemaal correct. Op 9 november vluchtte Wilhelm vanuit het Duitse hoofdkwartier in Spa naar Nederland. Hij had in België de keizerlijke trein verlaten, uit angst voor muitende soldaten. Met een stoet auto’s is hij naar de grensovergang Eijsden gereden.

“Daar ontstond een penibele situatie. Want de Duitse controleurs aan de Belgische grens hadden de stoet doorgelaten, maar de Nederlandse grenssoldaten waren niet op de hoogte wie er in de stoet zat en wat de bedoeling was. De keizer en zijn entourage zijn dus even in het niemandsland blijven steken. De commandant is op de fiets naar de dichtstbijzijnde telefoon gereden, in de zinkwitfabriek in Eijsden, om zijn meerdere om instructies te vragen. Er kwam toestemming om de keizer toe te laten. Die is daarop met zijn staf naar het Eijsdense station gegaan, dat is twee á drie kilometer van de grensovergang. In de ochtend van 10 november kwamen ze op het station aan.”

“De keizerlijke trein kwam intussen, leeg dus, naar dat station vanuit Visé. Het liep op dat station die dag bijna uit de hand. In Eijsden zaten veel Belgische vluchtelingen die nogal kwaad waren op de keizer. De Duitse troepen hadden vreselijk huisgehouden in België. Het neutrale Nederland ving heel veel Belgische vluchtelingen op, zeker in de grensstreek. Het nieuws over de aanwezigheid van de Duitse keizer verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er werd gescholden bij het station, de marechaussee zette de boel af om te voorkomen dat het totaal uit de hand zou lopen. De Duitse keizer verstopte zich in de trein, daardoor bedaarde de gemoederen enigszins.”

“Hij heeft de hele dag in Eijsden gebivakkeerd. Zijn komst was internationaal zeer omstreden. De keizer werd door velen gezien als een van de grote aanstichters van een oorlog die meer dan 20 miljoen mensen het leven kostte en tallozen voor het leven verminkte. Toch, in de ochtend van 11 november kwam de toestemming voor voorlopig asiel, toen is de trein met de keizer vertrokken.

“Hij vond onderdak op Kasteel Amerongen. In 1920 trok hij in Huis Doorn, waar hij tot zijn dood in 1941 woonde. Ondanks verzoeken is hij nooit uitgeleverd om te worden berecht. Hij is ook nooit meer in Duitsland geweest.”

“Ja, morgen opent een tentoonstelling in onze Harmoniezaal over die oorlog en wat het voor Eijsden betekende. Iedereen had wel Belgische familie in die tijd, er woonden daardoor twee keer zoveel mensen in het dorp, de helft vluchtelingen. Velen bleven hier wonen. De graaf en gravin van het kasteel in Eijsden hielpen hard mee bij de opvang. We voelden de gevolgen van die oorlog in dit deel van Nederland heel direct.”

Het Historisch Nieuwsblad hertaalde honderden artikelen die Nederlandse kranten schreven over de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. Of, gruwelen? Om het landsbelang niet te schaden, schreven journalisten angstvallig neutraal.