Waarom Nederland volgens natuurfilosoof Martin Drenthen nog niet klaar is voor

Nog een paar dagen en dan beginnen boswachters van Staatsbosbeheer met het afschieten van ruim 1.800 edelherten in de Oostvaardersplassen, om de massale wintersterfte van vorig jaar te voorkomen. Afgelopen donderdag besliste de rechter dat de provincie Flevoland de vergunning voor het doden van de herten rechtmatig heeft verleend. Het kort geding, aangespannen door onder meer Stichting De Faunabescherming en Dierbaar Flevoland, was de laatste poging van natuurorganisaties om de Oostvaardersplassen te redden van verregaand menselijk ingrijpen en de natuur haar gang te laten gaan. Vrijdag werd bekend dat twee boswachters zich hebben laten overplaatsen omdat ze gewetensbezwaren hebben: ze weigeren gezonde dieren af te schieten.

Het besluit tot afschieten is de voorlopige climax in een jarenlange discussie over het bestaansrecht van de Oostvaardersplassen. Een discussie die zo hoog opliep dat demonstranten het natuurgebied vergeleken met een concentratiekamp en dat Frans Vera, de geestelijk vader van de Oostvaardersplassen, met de dood werd bedreigd en moest worden beveiligd. Zelden liep een debat over natuur in Nederland zo uit de hand.

Natuurfilosoof Martin Drenthen, hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is niet gelukkig met de uitspraak van de rechter. Hij had liever gezien dat de Oostvaardersplassen zich verder ontwikkelden zoals oorspronkelijk bedoeld was, met de dood als natuurlijk onderdeel van het leven in de natuur. Tegelijkertijd had Drenthen niet anders verwacht: Nederland heeft nu eenmaal een moeizame verhouding met wildernis, zo laat hij zien in zijn boek Natuur in mensenland.

Met hem lopen we door de Gelderse Poort, een natuurgebied in een bocht van de rivier de Waal, vlak bij het centrum van Nijmegen. Het gebied bestond tot in de jaren negentig nog uit maïsvelden en weiden zover het oog reikte. Nu is het een plek waar joggers in de schemering zomaar kunnen stuiten op een paar wilde paarden.

Wat ging er toch zo mis bij de Oostvaardersplassen?

‘De Oostvaardersplassen bestaan nu zo’n dertig jaar. Lange tijd ontwikkelde de nieuwe wildernis, waar de natuur zo veel mogelijk haar gang mocht gaan, zich buiten het zicht van de samenleving. Een keerpunt was volgens mij de film De Nieuwe Wildernis, die 700 duizend bezoekers trok. Toen kreeg het gebied opeens aandacht van het hele land.

‘Het idee dat er spontaan nieuwe natuur kan ontstaan, sprak tot de verbeelding, maar de term ‘wildernis’ in de titel wekte ook wantrouwen. Mensen associëren dat woord met iets wat buiten de menselijke invloed staat. Hoe kun je iets wildernis noemen als er een hek omheen staat? Vervolgens probeerden de filmmakers ook nog eens alle menselijke invloed in het gebied buiten beeld te houden. Dat versterkte de misvatting dat natuur alleen natuur is als ze vrij is van elke menselijke invloed en dat natuur en cultuur elkaar uitsluiten. Dat ecologen al jaren woorden als wildernis of oernatuur bleken te gebruiken als ze het over de Oostvaardersplassen hadden, maakte het nog verdachter. Toen ontstond er reuring.’

Wildernis, dat bestaat niet in Nederland, en dat moeten we ook niet willen?

‘Er zit een kern van waarheid in het bekende cliché dat God de wereld schiep, maar dat Nederland is geschapen door de Nederlanders. Nederland is altijd een aangeharkt land geweest, waar de mens een grote invloed had op de omgeving. Wildernis is iets van ver weg, in dit land houden we de natuur onder controle.’

Waar komt onze moeizame verhouding tot wildernis vandaan?

‘Nederland heeft een historie van zorgen voor de natuur, zo is de natuurbeweging ooit ook begonnen. Het behoort tot de christelijke notie van rentmeesterschap. Wij passen op de natuur, want zonder ons loopt het uit de hand. Van het onderhouden van heidegebieden tot de zeehondencrèche in Pieterburen: wij komen op voor kwetsbare dieren en helpen de natuur een handje. Niet zo lang geleden vertelde een gedeputeerde dat hij tegen de komst van de wolf was in de Oostvaardersplassen, want wist ik wel hoe bruut wolven doden? Dat kunnen mensen toch veel humaner? Dat is een extreme versie van het idee dat de natuur het best onder onze invloed kan staan, maar het is wel illustratief voor hoe wij naar de natuur kijken. De Oostvaardersplassen passen absoluut niet in deze natuurvisie.’

image
Natuurbeschermers gruwen van het rigoureuze plan om de edelherten in de Oostvaardersplassen af te schieten. Beeld Arie Kievit

Die weerstand tegen het idee van wildernis leidde tot een bijzondere kongsi van boeren en dierenliefhebbers.

‘Wat bij de Oostvaardersplassen niet hielp, is dat er runderen en paarden rondliepen – juist de dieren waarvan we ook gedomesticeerde varianten kennen. Voor paardenmeisjes is het simpelweg niet te bevatten dat er ook beesten zijn die er niet zo uitzien als hun lievelingsdieren op de manege. Terwijl de paarden in de Oostvaardersplassen op veel vlakken een beter leven hebben. Ze kiezen hun eigen partner en leven in sociale groepen die ze zelf uitzoeken.

‘Ook voor boeren is het zien van magere dieren onverteerbaar. Zij voelen zo’n verantwoordelijkheid om voor hun vee te zorgen, dat het voor hen onbegrijpelijk is dat ecologen soortgelijke dieren niet willen bijvoeren. Voor beide groepen is een natuurlijk sterfproces het ergste wat je een dier kunt aandoen, dan zien ze nog liever dat ze preventief worden afgeschoten. Al zijn er mensen die ook daar moeite mee hebben, voor hen is eigenlijk geen enkele oplossing goed genoeg.’

Voelt u geen pijn bij het zien van die stervende dieren?

‘Het ging mij door de ziel toen ik er eens met studenten in de winter was. Maar ik wilde ook niet direct ingrijpen. Het is maar de vraag of het natuurlijke sterfproces zoveel lijden teweegbrengt. Er zijn studies die laten zien dat dieren dan in een soort slaapstand gaan. Bovendien weet ik dat het erbij hoort: ook op de Afrikaanse savanne sterven de meeste dieren door voedselgebrek.’

Als het aan het eind van de middag snel donker wordt en we het gebied uit willen, bestijgen we een steile brug. Eronder is een eeuwenoude riviertak uitgegraven, waar de Waal bij hoogwater weer instroomt. Op het strand staan een paar kale stammen van bomen die eerdere overstromingen niet hebben overleefd.

Waarom is de Gelderse Poort wel een succes geworden?

‘Omdat bij de uiteindelijke aanleg rekening is gehouden met de geschiedenis van het gebied en met de gevoelens van de omwonenden. In de jaren tachtig wilde Rijkswaterstaat de dijken massief ophogen, maar daar kwam veel weerstand tegen omdat daardoor het traditionele, kleinschalige rivierlandschap zou verdwijnen. In een nieuw plan werden de akkers omgezet tot overloopgebieden voor de rivier, en hoefden de dijken nauwelijks hoger te worden. Daardoor behield het gebied zijn karakter.

‘Kijk maar om je heen: je ziet hier delen van de verdedigingslinie uit de Koude Oorlog terug, in de verte staat een schoorsteen overeind van een voormalige steenfabriek, die klei haalde uit de rivier. Het gebied vertelt nu een verhaal, een verhaal over onze strijd met het water en met de natuur, maar ook over hoe we ermee samenwerkten. Het is een gelaagd landschap, een leesbaar landschap.’

Vinden mensen het echt belangrijk dat ze de geschiedenis kunnen teruglezen in het landschap?

‘Mensen halen hun identiteit voor een belangrijk deel uit de plaats waar ze vandaan komen. Jantien de Boer (columnist bij de Leeuwarder Courant, red.) kwam een tijdje terug met de term ‘landschapspijn’. De omgeving van haar jeugd was zo veranderd dat het pijn deed, ze herkende haar niet meer. Een landschap dat mensen kunnen lezen en begrijpen geeft houvast.’

De Oostvaardersplassen hebben dat niet?

‘Minder, natuurlijk, ook omdat het daar om nieuw land gaat. Het is voor een belangrijk deel een verhaal van ecologen gebleven, waarmee niet iedereen zich kan identificeren.’

Is landschap dan alleen maar folklore, iets wat niet mag veranderen?

‘Als natuurbeschermer moet je daar wel voor oppassen, dat je van het landschap geen openluchtmuseum maakt. Maar de meeste mensen vinden verandering prima. Het moet alleen niet te snel gaan, en vooral: het moet betekenis hebben. Een landschap mag zich dus best ontwikkelen, als er maar wel een begrijpelijk verhaal achter zit.’

Achter de Oostvaardersplassen zit geen verhaal. Toch zijn mensen zich enorm gaan hechten aan het natuurgebied.

‘Dat klopt. Er is een nieuwe stroming natuurbeschermers die vindt dat we onszelf niet belangrijker moeten maken dan we zijn. Zij vinden dat we de natuur meer haar gang moeten laten gaan, zonder onze bemoeizucht. Voor hen is natuur alles wat zich onttrekt aan de menselijke planningsdrang, of dat nu het mos is tussen de tegels of de schimmel in je huis. Dat er een hek om de Oostvaardersplassen staat, maakt ze voor hen niet minder natuur. Van een eiland kunnen dieren immers ook niet wegtrekken. Het gaat erom natuurlijke processen, die zich buiten onze macht voltrekken, hun gang te laten gaan. Ook deze stroming is gerechtvaardigd, maar ze schuurt wel met andere visie.’

In uw laatste boek Natuur in mensenland stelt u dat voor sommige mensen wildernis juist betekenis geeft aan hun leven.

‘Voor veel moderne mensen, vooral Randstedelingen, is natuur iets om in te ontsnappen aan de hectiek. Wildernis contrasteert met hun moderne leven, en geeft er juist daardoor betekenis aan. Denk aan Brave New World, het boek van Aldous Huxley over een wereld waar alles ultiem is geregeld en iedereen even gelukkig is. En toch is het een dystopisch boek, omdat in zo’n wereld niks meer betekenis heeft. Iets krijgt pas betekenis als je het ergens mee kunt vergelijken, als het niet vanzelfsprekend is.

‘De waardering voor de Oostvaardersplassen, en voor wildernis in het algemeen, is dan ook groter in de stad dan op het platteland, zo blijkt uit sociologisch onderzoek. Ik denk dat dat komt doordat rurale mensen doorgaans meer geworteld zijn in hun omgeving en lokale gemeenschap dan stedelingen, en meer waarde hechten aan de geschiedenis van hun landschap.’

De behoefte te ontsnappen aan het moderne leven doet denken aan de hoofdpersoon uit de film Into the Wild, die de wilde natuur van Alaska intrekt.

‘Absoluut. Die jongen komt uit een goed milieu, maar besluit toch om zijn tot in de puntjes geregelde leven achter zich te laten. Hij is op zoek naar betekenis en vindt die in de amorele, wilde natuur, die een tegenwicht vormt tegen het kleinburgerlijke bestaan in de beschaafde wereld, waar je je tegen elk ongemak en elke onverwachte gebeurtenis kunt verzekeren. Hetzelfde zie je in de film Grizzly Man van Werner Herzog. Daar probeert een man met beren samen te leven, omdat hij zich niet thuis voelt in de moderne wereld. In beide films gaat de hoofdpersoon aan het eind dood, en dat is geen toeval. Kijkers, en vooral stedelingen, hebben een bijna perverse fascinatie met onze eindigheid, ook als we in onze luie bioscoopstoel zitten.’

image
Martin Drenthen. Beeld Marcel van den Bergh

Is de strijd rond de Oostvaardersplassen eigenlijk een cultuurstrijd tussen de twee natuurvisies?

‘Zeker. De strijd tussen twee manieren om naar natuur te kijken, vertaalt zich in een strijd tussen traditionelen en modernen, tussen de stad en het platteland. En die tegenstelling wordt versterkt in het huidige tijdsgewricht, waarin politici de elite en het volk tegenover elkaar zetten. De Oostvaardersplassen worden een elitair ecologenspeeltje genoemd, een experiment met dieren. Er heerst een sentiment dat ecologen van achter hun tekentafel de geschiedenis van een gebied komen uitwissen, die belangrijk is voor traditionelen. Niet specifiek in de Oostvaardersplassen, maar overal in het land. Dat botst.’

Dat zie je terug in de het stemgedrag van de provincie: conservatieve partijen als het CDA, de VVD en de SGP zijn voor beheer, Groenlinks, D66 en de Partij voor de Dieren voor wildernis.

‘Het is een traditionele tegenstelling. Maar ik denk dat er meer speelt. Er zijn ook groepen die de Oostvaardersplassen een verkwisting vinden van vruchtbare grond, of die bang zijn dat de ganzen in de weg staan van een lucratief vliegveld. Het frame van natuurbescherming als iets elitairs, ingezet door de conservatieve partijen, wordt naar mijn idee misbruikt voor een politieke agenda die ergens anders over gaat.’

Wat gaat er nu gebeuren met de Oostvaardersplassen?

‘Ik vrees dat we voorlopig het idee moeten loslaten van een natuurgebied waar de mens minimaal ingrijpt en waar natuurprocessen bepalend zijn. Er is besloten dat de mens voortaan de wildstand reguleert en er zijn plannen om voorrang te geven aan toerisme. Dat leidt vroeg of laat tot vakantiehuisjes, fiets- en wandelpaden en hier en daar een kijkhut voor vogelaars. Een aangeharkt natuurgebied met natuur die in de pas loopt.’

Kan wildernis uiteindelijk wél een plaats veroveren in het Nederlandse landschap?

‘Wildernis in de betekenis van ongerepte natuur kan hier niet bestaan, de menselijke geschiedenis laat zich niet ongedaan maken. Maar ook de meeste verre plaatsen die wij als ongerepte wildernis beschouwen, zijn door mensen beïnvloed. De vraag is daarom eerder of wij zoiets als ‘wildheid’ een plaats kunnen geven in ons landschap. Ik zie daar wel voorbeelden van, onder andere hier in de Gelderse Poort, waar we als mensen hebben besloten om, uiteraard binnen bepaalde grenzen, plaats te maken voor natuurlijke processen die we lange tijd hebben onderdrukt, zoals overstroming, erosie, successie en predatie. Dat zou een nieuw verhaal kunnen vormen in onze omgang met de natuur. Wildheid als nieuw cultuurlandschap.’

Kunnen we ons in de toekomst opmaken voor meer strijd om de natuur?

‘De wolf zou weleens zo’n twistpunt kunnen worden. Het dier roept zowel intense haat als intense bewondering op. Sommige mensen menen dat we de morele plicht hebben te proberen met alle andere soorten in ons landschap samen te leven. Deze mensen denken dat we slim en rijk genoeg zijn om een oplossing te vinden voor concrete problemen. Volgens anderen laat de wolf juist zien dat je de natuur zult moeten beheersen en onder controle houden en dat je het dier zult moeten uitroeien als blijkt dat vreedzaam samenleven onmogelijk is. Hier zien we de klassieke tegenstelling tussen de twee natuurvisiestromingen. Ik verwacht meer van dit soort conflicten nu de wereld, onder andere door klimaatverstoring, steeds wilder wordt.’