Het aantal flexwerkers is in vijftien jaar bijna verdubbeld

Maar liefst twee miljoen. Zoveel flexibele krachten telde Nederland het afgelopen jaar, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek en onderzoeksbureau TNO dat vandaag verschijnt. Daar komen nog eens ruim een miljoen zelfstandige ondernemers bij.  Dat is 75 procent meer dan vijftien jaar terug. 

Lees verder na de advertentie

Een opvallende categorie flexwerkers is de groep oproepkrachten. In vijftien jaar tijd verdubbelde hun aantal van zo’n 250.000 naar ruim een half miljoen. Stuk voor stuk mensen die geen vast aantal uren per week werken en dus geen vast salaris hebben. Een vergeten groep, noemt TNO-onderzoeker Sarike Verbiest ze. “In de maatschappelijke discussie wordt heel erg gefocust op zelfstandige ondernemers en uitzendkrachten. Maar over oproepkrachten horen we niet zo veel.” 

We gaan er altijd maar vanuit dat het jonge mensen zijn met een bijbaantje. Dat is niet altijd het geval.

TNO-onderzoeker Sarike Verbiest

Kwalijk, vindt ze. “Want we gaan er altijd maar vanuit dat het jonge mensen zijn met een bijbaantje. Dat is niet altijd het geval. Dertig procent van de oproepkrachten is ouder dan 25 jaar. Dan ga ik ervan uit dat het geen bijbaan meer is.”

Vooral in de horeca, de handel en de landbouw is de groep oproepkrachten groot. In de keukens zelfs zo groot dat een afwasser meestal oproepkracht is. In maar liefst zeventig procent van de gevallen. In de supermarkten is de groep oproepkrachten weliswaar wat kleiner, maar met 56 procent nog altijd groot. De reden? “In de horeca heeft dat vooral te maken met de pieken en dalen in het werk. De ene keer is het mooi weer en zijn de terrassen vol. De andere keer regent het en komt niemand naar een restaurant. Werkgevers hebben door al die oproepkrachten een flexibele pool mensen die ze elk moment in kunnen schakelen.”

Ook de groep zelfstandigen zonder personeel groeit hard, tonen de cijfers van het CBS en TNO. Van 630.000 zzp’ers vijftien jaar terug naar 1,1 miljoen mensen vorig jaar. Het maakte de afgelopen jaren dat er discussie ontstond over een al dan niet verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandige ondernemers. Ook de zogeheten zelfstandigenaftrek, een fiscale tegemoetkoming voor zzp’ers, stond ter discussie. En moesten zzp’ers ook niet verplicht gaan sparen voor hun pensioen? Want, zo oordeelden criticasters, die grote groep zelfstandige ondernemers zonder personeel deed het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel wankelen. Geld in het WW-potje stoppen zzp’ers bijvoorbeeld niet.

Met diezelfde aandacht mogen deskundigen ook een blik werpen op de groep oproepkrachten, zegt Verbiest. “Wat we niet weten is wie die mensen zijn die een paar uur in de week worden opgeroepen. Moeten ze bijvoorbeeld een gezin onderhouden? En met hoeveel geld doen ze dat dan precies? Het is belangrijk dat daar antwoord op komt.”

Tegen de afspraak in worden er steeds meer flexibele arbeidscontracten afgesloten